Schola Catharina



Sacramentsdag

Introitus (Ps. 80, 17)
Cibavit eos ex adipe frumenti, alleluia: et de petra, melle saturavit eos, alleluia. De Heer heeft hen gevoed met tarwebloem, alleluia; Hij heeft hen verzadigd met honing uit de rots, alleluia.
Tussenzang (Ps. 80,2):
Exsultate Deo adiutorio nostro: iubilate Deo Iacob. Juicht voor God onze helper: jubelt voor de God van Jacob.
Graduale (Ps. 144, 15.16)
Oculi omnium in te sperant, Domine: et tu das illis escam in tempore opportuno. Aperis tu manum tuam: et imples omne animal benedictione. De ogen van allen zien hoopvol naar U uit, Heer; en Gij geeft hun eten te rechter tijd. Gij opent uw hand, en verzadigt ieder dier met zegening.
Alleluia (Joh. 6, 56.57)
Alleluia. Caro mea vere est cibus, et sanguis meus vere est potus: qui manducat meam carnem, et bibit meum sanguinem, in me manet, et ego in eo. Alleluia. Alleluia. Mijn vlees is waarlijk voedsel en mijn bloed is waarlijk drank; wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Alleluia.
Sequens
Ecce panis Angelorum, factus cibus viatorum: vere panis filiorum, non mittendus canibus. Zie, het brood der Engelen, wordt de spijs van aardse pelgrims; waarlijk, brood der kinderen, dat men niet voor de honden werpt.
In figuris praesignatur, cum Isaac immolatur, Agnus Paschae deputatur, datur manna patribus. Voorbeduid werd het in beelden, toen Izašk werd geofferd, als het Paaslam geslacht werd, toen het manna aan de vaderen gegeven werd.
Bone pastor, panis vere, Iesu, nostri miserere: Tu nos pasce, nos tuere, Tu nos bona fac videre, in terra viventium. Goede Herder, waarlijk brood, Jezus, toon ons uw ontferming: weidt Gij ons, bescherm ons, maak dat wij het goede zien, in het land der levenden.
Tu, qui cuncta scis et vales, Qui nos pascis hic mortales: Tuos ibi commensales, cohaeredes et sodales, fac sanctorum civium. Gij, die alles weet en weegt, Die ons stervelingen hier weidt, maak ons daar tot uw disgenoten, mede-erfgenamen, broeders van uw heilige medeburgers.
Offertorium (Ps. 77, 23-25)
Portas caeli aperuit Dominus: et pluit illis manna, ut ederent: panem caeli dedit illis: panem Angelorum manducavit homo, alleluia. De Heer heeft de poorten van de hemel geopend en liet manna regenen voor hen, opdat zij aten: brood van de hemel gaf Hij hun; de mens heeft het brood van de Engelen gegeten, alleluia.
Communio A en B (Joh. 6, 57)
Qui manducat carnem meam, et bibit sanguinem meum, in me manet, et ego in eo, dicit Dominus. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem, zegt de Heer.
Tussenzang (Ps. 22,2):
Dominus pascit me, et nihil mihi deerit: in pascuis virentibus me collocavit. De Heer weidt mij, en niets zal mij ontbreken: op grazige weiden heeft Hij mij geplaatst.
Communio C (1 Kor. 11, 24-25)
Hoc Corpus, quod pro vobis tradetur: hic calix novi testamenti est in meo Sanguine, dicit Dominus: hoc facite, quotiescumque sumitis, in meam commemorationem. Dit is het Lichaam, dat voor u overgeleverd wordt. Dit is de beker van het nieuwe verbond in mijn Bloed, zegt de Heer; doet dit, zo vaak als gij deze gaven nuttigt, tot gedachtenis aan Mij.
Tussenzang (Ps. 22,2):
Dominus pascit me, et nihil mihi deerit: in pascuis virentibus me collocavit. De Heer weidt mij, en niets zal mij ontbreken: op grazige weiden heeft Hij mij geplaatst.