Schola Catharina



Requiem, mis- en uitvaartgezangen

Introitus (4 Ezr. 2, 34.35)
Requiem aeternam dona eis Domine: et lux perpetua luceat eis. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen.
Tussenzang (Ps. 64, 1):
Te decet hymnus, Deus, in Sion; et tibi reddetur votum in Jerusalem. Aan U behoort het gezang, God, op de Sion; en de aan U gedane gelofte wordt ingelost in Jeruzalem.
Tussenzang (Ps. 64, 2):
Qui audis orationem, ad te omnis caro veniet propter iniquitatem. (tussenzang) (tussenzang)
Kyrie
Kyrie, eleison. Heer, ontferm U over ons.
Kyrie, eleison. Heer, ontferm U over ons.
Christe, eleison. Christus, ontferm U over ons.
Christe, eleison. Christus, ontferm U over ons.
Kyrie, eleison. Heer, ontferm U over ons.
Kyrie, eleison. Heer, ontferm U over ons.
Graduale (4 Ezr. 2, 34.35; Ps. 111, 7)
Requiem aeternam dona eis Domine: et lux perpetua luceat eis. In memoria aeterna erit iustus: ab auditione mala non timebit. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen. In de eeuwige herinnering zal de rechtvaardige zijn: door een kwaad gerucht zal hij niet bevreesd worden.
Alleluia (4 Ezr. 2, 34.35)
Alleluia. Requiem aeternam dona eis, Domine: et lux perpetua luceat eis. Alleluia. Alleluia. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen. Alleluia.
Sequens (Vertaling van Guido Gezelle)
1. Dies irae, dies illa, Solvet saeclum in favilla: Teste David cum Sibylla. 1. Kwade dag, die al de dagen eens lijk assen weg zult vagen, zo 't Sibille en David zagen.
2. Quantus tremor est futurus, Quando judex est venturus, Cuncta stricte discussures! 2. Welk een gruwel 'n zal 't niet wezen, als de Rechter, opgerezen, 't goede uit het kwade zal lezen.
3. Tuba mirum spargens sonum. Per sepulcra regionum, Coget omnes ante thronum. 3. Wondere trompetrumoeren zullen al de graven roeren, al die dood zijn troonwaarts voeren.
4. Mors stupebit et natura, Cum resurget creatura, Judicanti responsura. 4. Stom zal staan de Dood en 't Leven, als de doden antwoord geven, staan, en voor de Rechter beven.
5. Liber scriptus proferetur, In quo totum continetur, Unde mundus judicetur. 5. 't Zal een boek te voorschijn komen, waarin 't al staat opgenomen, dat het oordeel Gods moet schromen,
6. Judex ergo cum sedebit, Quidquid latet apparebit: Nil inultum remanebit. 6. Als de Rechter, neergezeten, al 't verdoken kwaad zal weten, straffen ende niets vergeten.
7. Quid sum miser tunc dicturus? Quem patronum rogaturus? Cum vix justus sit securus. 7. Wie zal dan toch mijn verweer zijn, wat mijn voorsprake of begeer zijn, als de goeden zelfs verveerd zijn?
8. Rex tremendae majestatis, Qui salvandos salvas gratis, Salva me, fons pietatis. 8. Koning, schrikbaar en grootmachtig, bron van goedheid, nederslachtig bid ik U, wees mij indachtig?
9. Recordare Jesu pie, Quod sum causa tuae viae: Ne me perdas illa die. 9. Jesu, wil toch wel gedenken: als Gij mij kwaamt 't leven schenken, was 't om me op die dag te krenken?
10. Quaerens me, sedisti lassus: Redemisti crucem passus: Tantus labor non sit cassus. 10. Jesu, moe van 't zoeken naar mij, hebt Gij 't kruis geleden en daar mij eens zo duur gekocht; ach spaar mij!
11. Juste judex ultionis, Donum fac resissionis, Ante diem rationis. 11. Schoon 't uw recht zij van te wreken, wil mij vrij van zonden spreken, eer die dag komt aan te breken.
12. Ingemisco, tamquam reus: Culpa rubet vultus meus: Supplicanti parce Deus. 12. 'k Zucht als een ter dood verwezen, maar mijn schaamrood schuldig wezen hoopt op uw barmhartig wezen.
13. Qui Mariam absolvisti, Et latronem exaudisti, Mihi quoque spem dedisti. 13. Wierd Maria 't eeuwig leven, wierd de moordnaar hoop gegeven, hopen durf ik ook, en beven.
14. Preces meae non sunt dignae: Sed tu bonus fac benigne, Ne perenni cremer igne. 14. Here, onweerdig is mijn bede: doch, laat me, uit goedjonstigheden, vrij van 't vier der eeuwigheden!
15. Inter oves locum praesta, Et ab haedis me sequestra, Satuens in parte dextra. 15. Laat mij bij uw schaapjes weiden, wil mij van de bokken scheiden en ter rechterhand geleiden.
16. Confutatis maledictis, Flammis acribus addictis, Voca me cum benedictus. 16. Moet Gij dan vermaledijden in het eeuwig vier doen lijden, roep tot mij "Gebenedijden!".
17. Oro supplex et acclinis, Cor contritum quasi cinis: Gere curam mei finis. 17. Want ik kome al jammerklagen, 't herte als assen rouw geslagen, hulpe in mijn doodsstrijd vragen.
18. Lacrimosa dies illa, Qua resurget ex favilla; 18. Dag van weedom en van boeten, als gij zult verrijzen moeten.
19. Judicandus homo reus: Huic ergo parce Deus. Pie Jesu Domine, dona eis requiem. Amen. 19. En gerecht zijn om uw zonden, Mens, God spare u in die stonden! Zoete Here Jesu mijn, laat ze in rust en vrede zijn, in alle eeuwen. Amen.
Tractus
Abolve, Domine, animas omnium fidelium defunctorum ab omni vinculo delictorum. Et gratia tua illis succurrente, mereantur evadere iudicium ultionis. Et lucis aeternae beatitudine perfrui. Ontsla, Heer, de zielen van alle overleden gelovigen van alle boeien der zonden. En mogen zij het verdienen, door de hulp van uw genade, aan het laatste oordeel te ontkomen. En de zaligheid van het eeuwige licht te genieten.
Offertorium
Domine Iesu Christe, Rex gloriae, libera animas omnium fidelium defunctorum de poenis inferni et de profundo lacu: libera eas de ore leonis, ne absorbeat eas tartarus, ne cadant in obscurum: sed signifer, sanctus Michael repraesentet eas in lucem sanctam: quam olim Abrahae promisisti, et semini eius. Hostias et preces, tibi Domine laudis offerimus: tu suscipe pro animabus illis, quarum hodie memoriam facimus: fac eas, Domine, de morte transire ad vitam. Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid, verlos de zielen van alle overleden gelovigen van de straffen der hel en van de ondergang. Ontruk hen aan de muil van de leeuw, opdat de afgrond hen niet verslindt en zij niet vallen in de duisternis. Maar moge de aanvoerder, de heilige MichaŽl, hen binnenleiden in het heilige licht: dat Gij eertijds beloofd hebt aan Abraham en zijn zaad. Offers en gebeden van lof dragen wij U op, Heer; neem ze aan voor de zielen welke wij heden gedenken; doe hen overgaan, Heer, van de dood tot het leven.
Sanctus
Sanctus, Sanctus, Sanctus Dominus Deus Sabaoth. Pleni sunt caeli et terra gloria tua. Hosanna in excelsis. Benedictus qui venit in nomine Domini. Hosanna in excelsis. Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, de God der hemelse Machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij, die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.
Agnus Dei
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona eis requiem. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona eis requiem. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona eis requiem sempiternam. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun rust. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun rust. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de eeuwige rust.
Communio (Vgl. 4 Ezr. 2, 35.34)
Lux aeterna luceat eis, Domine, cum sanctis tuis in aeternum, quia pius es. Het eeuwige licht verlichte hen, Heer, samen met uw heiligen in eeuwigheid, want Gij zijt liefdevol.
Tussenzang (Ps. 129, 1-2a):
De profundis clamavi ad te, Domine; Domine exaudi vocem meam. Uit de diepte heb ik tot U geroepen, Heer, Heer luister naar mijn stem.
Absoute
Libera me, Domine, de morte aeterna, in die illa tremenda: Quando caeli movendi sunt et terra: Dum veneris iudicare saeculum per ignem. Verlos mij, Heer, van de eeuwige dood op die angstwekkende dag, Wanneer de hemelen en de aarde zullen worden geschokt, als Gij de wereld komt oordelen door het vuur.
Tremens factus sum ego, et timeo, dum discussio venerit, atque ventura ira. Quando caeli movendi sunt et terra. Ik beef van angst, en ik vrees voor het oordeel, dat is aangebroken, en uw dreigende toorn. Wanneer de hemelen en de aarde zullen worden geschokt.
Dies illa, dies irae, calamitatis et miseriae, dies magna et amara valde. Dum veneris indicare saeculum per ignem. Die dag wordt een dag van toorn, van rampspoed en ellende, een grote en zeer bittere dag. Als Gij de wereld komt oordelen door het vuur.
Requiem aeternam dona eis, Domine: et lux perpetua luceat eis. Geef hun, Heer, de eeuwige rust; en het eeuwige licht verlichte hen.
Libera me, Domine, de morte aeterna, in die illa tremenda: Quando caeli movendi sunt et terra: Dum veneris iudicare saeculum per ignem. Kyrie, eleison. Verlos mij, Heer, van de eeuwige dood op die angstwekkende dag, wanneer de hemelen en de aarde zullen worden geschokt; als Gij de wereld komt oordelen door het vuur. Heer ontferm U.
Christe, eleison. Christus, ontferm U.
Kyrie, eleison. Heer, ontferm U.
In paradisum
In paradisum deducant te Angeli: in tuo adventu suscipiant te Martyres, et perducant te in civitatem sanctam Ierusalem. Chorus Angelorum te suscipiat, et cum Lazaro quondam paupere aeternam habeas requiem. De Engelen, zij mogen u geleiden naar het paradijs, de Martelaren mogen u ontvangen bij uw komst, en u brengen naar de heilige stad Jeruzalem. Het koor van Engelen moge u ontvangen en moogt gij, samen met de arme Lazarus, vinden de eeuwige rust.