Schola Catharina



24e Zondag door het jaar

Introitus (Sir. 36, 18)
Da pacem, Domine, sustinentibus te, ut prophetae tui fideles inveniantur: exaudi preces servi tui et plebis tuae Israel. Geef vrede, Heer, aan wie op U steunen, opdat Uw profeten trouw bevonden worden: Verhoor de gebeden van Uw dienaar en Uw volk IsraŽl.
Tussenzang (Ps. 121):
Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi: in domum Domini ibimus. Verheugd ben ik over de dingen die mij gezegd zijn: wij gaan naar het huis van de Heer.
Graduale (Ps. 121, 1.7)
Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi: in domum Domini ibimus. Fiat pax in virtute tua: et abundantia in turribus tuis. Verheugd ben ik over de dingen die mij gezegd zijn: naar het huis van de Heer trekken wij op. Moge vrede heersen in uw vesting: en overvloed binnen uw torens.
Alleluia (Ps. 101, 16)
Alleluia. Timebunt gentes nomen tuum, Domine: et omnes reges terrae gloriam tuam. Alleluia. Alleluia. Vrezen zullen de volkeren Uw Naam, Heer, en alle vorsten der aarde Uw roem. Alleluia.
Offertorium A en B (Vgl. Ex. 24, 4.5)
Sanctificavit Moyses altare Domino, offerens super illud holocausta, et immolans victimas: fecit sacrificium vespertinum in odorem suavitatis Domino Deo, in conspectu filiorum Israel. Mozes wijdde de Heer een altaar, bracht daarop brandoffers, en slachtte offerdieren: Hij bracht een avondoffer tot een liefelijke geur voor God de Heer, ten aanschouwen van de kinderen van IsraŽl.
Offertorium C (Vgl. Ex. 32, 11-25)
Precatus est Moyses in conspectu Domini, Dei sui, et dixit. Precatus est Moyses in conspectu Domini, Dei sui, et dixit: Quare, Domine, irasceris in populo tuo? Parce irae animae tuae: memento Abraham, Isaac et Iacob, quibus iurasti dare terram fluentem lac et mel. Mozes bad voor het aanschijn van de Heer, zijn God, en sprak. Mozes bad voor het aanschijn van de Heer, zijn God, en sprak: Waarom, Heer, zijt Gij vertoornd op uw volk? Spaar de toorn in Uw ziel: gedenk Abraham, Izašk en Jakob, aan wie Gij onder ede gezworen hebt het land te geven dat overvloeit van melk en honing.
Et placatus factus est Dominus de malignitate, quam dixit facere populo suo. En de Heer liet zich verbidden en zag af van het onheil, dat Hij gezegd had Zijn volk aan te zullen doen.
Communio A (Ps. 95, 8.9)
Tollite hostias, et introite in atria eius: adorate Dominum in aula sancta eius. Neemt offergaven mee en treedt in zijn voorhof: aanbidt de Heer in zijn heilig paleis.
Tussenzang (Ps. 31):
Cantate Domino canticum novum, cantate Domino, omnis terra. Zingt voor de Heer een nieuw lied, zingt voor de Heer, heel de aarde.
Communio B (Mt. 16, 24)
Qui vult venire post me, abneget semetipsum: et tollat crucem suam, et sequatur me. Wie mijn volgeling wil zijn, laat hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.
Tussenzang (Ps. 33. 2):
Benedicam Dominum in omni tempore, semper laus eius in ore meo. Loven zal ik de Heer te allen tijde altijd is de lof voor Hem in mijn mond.
Communio C (Lc. 15, 10)
Dico vobis, gaudium est Angelis Dei super uno peccatore paenitentiam agente. Ik zeg u, vreugde is er bij de Engelen van God over ťťn zondaar die zich bekeert.
Tussenzang (Ps. 95):
Beatus, cui remissa est iniquitas et obtectum est peccatum. Zalig wiens onrecht vergeven en zonde bedekt is.