Schola Catharina



23e Zondag door het jaar

Introitus (Ps. 118, 137.124)
Iustus es Domine, et rectum iudicium tuum: fac cum servo tuo secundum misericordiam tuam. Rechtvaardig zijt Gij, Heer, en juist is uw oordeel; behandel uw dienaar overeenkomstig uw barmhartigheid.
Tussenzang (Ps. 118,1):
Beati immaculati in via, qui ambulant in lege Domini. Zalig zij die onbevlekt hun weg gaan, die wandelen volgens de wet van de Heer.
Graduale A en B (Ps., 32, 12.6)
Beata gens, cuius est Dominus Deus eorum: populus, quem elegit Dominus in hereditatem sibi. Verbo Domini caeli firmati sunt: et spiritu oris eius omnis virtus eorum. Zalig het geslacht dat de Heer heeft als zijn God, het volk, dat de Heer gekozen heeft tot zijn erfdeel. Door het woord van de Heer zijn de hemelen gegrondvest; en door de adem van zijn mond heel hun kracht.
Graduale C (Ps. 89, 1.2)
Domine, refugium factus es nobis, a generatione et progenie. Priusquam montes fierent, aut formaretur terra et orbis: a saeculo et in saeculum tu es Deus. Heer, Gij zijt onze toevlucht geworden van geslacht tot geslacht. Voordat de bergen geschapen waren, of de aarde en de wereld gevormd: van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij, God.
Alleluia (Ps. 101,2)
Alleluia. Domine, exaudi orationem meam, et clamor meus ad te veniat. Alleluia. Alleluia. Heer, verhoor mijn gebed, en moge mijn geroep tot U komen. Alleluia.
Offertorium (Dan. 9, 17-19)
Oravi Deum meum ego Daniel, dicens: Exaudi, Domine, preces servi tui: illumina faciem tuam super sanctuarium tuum: et propitius intende populum istum, super quem invocatum est nomen tuum, Deus. Ik heb gebeden tot mijn God, ik, Dani√ęl, zeggende: verhoor, Heer, de gebeden van uw dienaar; laat Uw aanschijn lichten over Uw heiligdom; en richt U spoedig tot dit volk, waarover uw Naam is afgeroepen, God.
Communio (Ps. 75, 12.13)
Vovete, et reddite Domino Deo vestro, omnes qui in circuitu eius affertis munera: terribili, et ei qui aufert spiritum principum: terribili apud omnes reges terrae. Volbrengt de geloften die gij de Heer uw God hebt gedaan, gij allen die met offers de Geduchte omringt, die machtigen de moed beneemt; schrik verwekt bij alle heersers der aarde.
Tussenzang (Ps. 75, 2):
Notus in Iudaea Deus, in Israel magnum nomen eius. God heeft zich in Juda doen kennen, groot werd in IsraŽl Zijn naam.