Schola Catharina



10e Zondag door het jaar

Introitus A en C (Ps. 26, 1-2)
Dominus illuminatio mea, et salus mea, quem timebo? Dominus defensor vitae meae, a quo trepidabo? qui tribulant me inimici mei, infirmati sunt, et ceciderunt. De Heer is mijn verlichting, en mijn heil, wie zal ik vrezen? De Heer is de verdediger van mijn leven, waarvoor zal ik bang zijn? Wie tegen mij opstaan als mijn vijanden, zij zijn zwak, en zij zijn reeds gevallen.
Tussenzang (Ps. 26, 3):
Si consistant adversum me castra: non timebit cor meum. Al bleven belagers rondom mij heen: mijn hart zal niet vrezen.
Introitus B (Ps. 26, 1-2)
Si iniquitates observaveris, Domine: Domine, quis sustinebit? quia apud te propitiatio est, Deus Israel. Als Gij op zonden blijft letten Heer, Heer, wie zal dan stand houden? Immers bij U is verzoening, God van IsraŽl.
Tussenzang (Ps. 129):
De profundis clamavi ad te, Domine; Domine exaudi vocem meam. Uit de diepten heb ik tot U geroepen, Heer; Heer hoor naar mijn stem.
Graduale A en B (Ps. 78, 9-10)
Propitius esto Domine peccatis nostris: ne quando dicant gentes: Ubi est Deus eorum? Adiuva nos, Deus salutaris noster: et propter honorem nominis tui Domine, libera nos. Wees genadig Heer jegens onze zonden, opdat de heidenen niet zeggen: Waar is hun God? Help ons, God van ons heil, en vanwege de eer van uw Naam Heer, bevrijd ons.
Graduale C (Ps 29, 2, 3, 4)
Exaltabo te, Domine, quoniam suscepisti me: nec delectasti inimicos meos super me. Domine Deus meus, clamavi ad te, et sanasti me: Domine, abstraxisti ab inferis animam meam, salvasti me a descendentibus in lacum. Ik zal U verheerlijken, Heer, omdat Gij mij hebt opgebeurd, en mijn vijanden niet hebt verkozen boven mij. Heer mijn God, ik heb geroepen tot U, en Gij hebt mij genezen; Heer, ontrukt aan het dodenrijk hebt Gij mijn ziel, gered hebt Gij mij van hen die in de poel des verderfs nederdalen.
Alleluia (Ps. 9, 5.10)
Alleluia. Deus, qui sedes super thronum, et iudicas aequitatem: esto refugium pauperum in tribulatione. Alleluia. Alleluia. God, die zetelt op de troon en oordeelt naar rechtvaardigheid, wees een toevlucht voor de armen in hun ellende. Alleluia.
Offertorium (Ps. 12, 4.5)
Illumina oculos meos, ne quando obdormiam in morte: ne quando dicat inimicus meus: Praevalui adversus eum. Verlicht mijn ogen, opdat ik de doodsslaap niet zal ingaan; opdat mijn vijand niet zegt: ik heb over hem getriomfeerd.
Communio A en C (Ps. 17, 3)
Dominus firmamentum meum, et refugium meum, et liberator meus: Deus meus, adiutor meus. De Heer is mijn vastheid, en mijn toevlucht, en mijn bevrijder; mijn God, mijn Helper.
Tussenzang (Ps. 17, 3c):
Protector meus et cornu salutis meae, et susceptor meus. Mijn beschermer en mijn hoorn des heils, en mijn verheffer.
Communio B (Mt. 12, 50)
Quicumque fecerit voluntatem Patris mei, qui in caelis est: ipse meus frater, soror, et mater est, dicit Dominus. Alwie gedaan zal hebben de wil van mijn Vader, die in de hemelen is; d√
Benedicam Dominum in omni tempore, semper laus eius in ore meo.